Aanbevelingen KNGF-richtlijn Enkelletsel

NB Het nummer dat is toegekend aan een aanbeveling heeft geen inhoudelijke betekenis. 

Screening

 

1 Differentiaaldiagnostiek fractuur (niveau 1) 
De Ottawa ankle rules is een accuraat instrument om fracturen te excluderen binnen de eerste week na optreden van een enkelletsel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Bachmann et al., 200376). 

Diagnostisch proces

 

2 Passieve tests (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat passieve (stress)tests over het algemeen geen toegevoegde waarde hebben voor het bepalen van de fysiotherapeutische diagnose bij enkelletsel.

 

3 Passieve tests (niveau 3)
Er zijn aanwijzingen dat de (uitgestelde) voorste schuifladetest aanvullende informatie kan geven over de mechanische instabiliteit van de enkel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A2 (Van Dijk, 199420).

 

4 Passieve tests (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat de (uitgestelde) voorste schuifladetest alleen geïndiceerd is bij prestatiegerichte sporters en maximale sporters, ter ondersteuning van de revalidatie en verwachte terugkeer op (top)sportniveau.

 

5 Gebruik van de Functiescore (niveau 3) 
Er zijn aanwijzingen dat de Functiescore een adequaat instrument is om lichte enkelletsels te onderscheiden van zware enkelletsels.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (De Bie et al., 199727).

Therapeutisch proces

 

6 IJs (niveau 3)
Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van ijs niet effectief is om zwelling en pijn te verminderen bij acuut enkelletsel. Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Bleakley et al., 2004110). 

 

7 IJs, compressie en elevatie (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat het gebruik van ijs en compressie, in combinatie met rust en elevatie zinvol is in de acute fase ter bevordering van het welbevinden van de patiënt.

 

8 Functionele behandeling (niveau 1)
Het is aangetoond dat functionele behandeling met behulp van elastische bandage, tape of brace effectiever is dan immobilisatie.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Kerkhoffs et al., 2002125). 

 

9 Functionele behandeling (niveau 2)
De meest effectieve functionele behandeling van acuut enkelletsel, wat betreft de keuze tussen bandage, tape of brace, is onduidelijk.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A2 (Kerkhoffs et al., 2002124).

 

10 Functionele behandeling (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat in de acute fase (0 tot 5 dagen) een elastische bandage de voorkeur heeft boven tape vanwege de aanwezigheid van zwelling.

 

11 Functionele behandeling (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat in de revalidatie na de acute fase van een inversietrauma de keuze voor tape of brace afhankelijk is van de voorkeur van de patiënt.

In het geval van intensieve begeleiding op hoog (topsport)niveau is het mogelijk om in de acute fase reeds te starten met tape indien de tape dagelijks vervangen kan worden. De werkgroep adviseert om onder de tape een kleefbandage aan te leggen.

 

12 Oefentherapie na acuut enkelletsel (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat bij zware acute enkelletsels en bij zware belasting van de enkel (sporters), oefentherapie deel uit dient te maken van de behandeling.

 

13 Oefenprogramma bij functionele instabiliteit (niveau 3)
Er zijn aanwijzingen dat de behandeling van functionele instabiliteit van de enkel, met als doel het verkrijgen van een optimale enkelfunctie, in eerste instantie dient te bestaan uit een zo gevarieerd en intensief mogelijk oefenprogramma.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: C (Bahr et al., 1997137; Heidt et al., 2000139; Holme et al., 1999133 en Söderman et al., 1991141).

 

14 Proprioceptie (niveau 2)
Het is aannemelijk dat het oefenen van de coördinatie en de balans recidiverende enkelletsels bij sporters voorkomt. Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Stomp et al., 2005156; Van der Wees et al., 2006157; Verhagen et al., 200086).

 

15 Proprioceptie (niveau 2)
Het is aannemelijk dat het oefenen van de coördinatie geen effect heeft op het verbeteren van het evenwichtsvermogen (‘postural sway’).
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Van der Wees et al., 2006157).

 

16 Proprioceptie (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat oefenen op een oefentol alleen niet volstaat binnen het concept van proprioceptietraining. De werkgroep adviseert zo veel mogelijk gebruik te maken van functionele (adl) dan wel sportspecifieke trainingsvormen. De werkgroep is van mening dat de proprioceptie in de volledige ROM getraind moet worden om de mechanoreceptoren ook onder specifieke hoeken te activeren. Dit geldt met name voor het gewonnen bewegingstraject na mobiliseren.

 

17 Proprioceptie (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat proprioceptietraining van belang is bij sporters na acuut enkelletsel om recidief letsel te voorkomen. De fysiotherapeut kan de patiënt en de trainer adviseren om training van proprioceptie te integreren in reguliere trainings- en sportactiviteiten.

 

18 Spierkracht (niveau 3)
Er zijn aanwijzingen dat krachttraining een gunstig effect heeft op het herstel van functionele instabiliteit van de enkel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: C (Blackburn et al., 2000151; Kannus et al., 199258; Tropp et al., 198540; Uh et al., 2000164 en Wojtys et al., 1996160).

 

19 Spierkracht (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat het oefenprogramma voldoende zwaar moet zijn, met voldoende herhalingen, om ook het spieruithoudingsvermogen te trainen. 

 

20 Mobiliteit (niveau 2)
Het is aannemelijk dat manuele mobilisatie een initieel positief effect heeft op de dorsale flexie van de enkel bij (sub)acuut enkelletsel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A2 (Van der Wees et al., 2006157).

 

21 Mobiliteit (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat geprobeerd moet worden de mobiliteit actief te herstellen. Indien dit niet toereikend is, kan de behandeling met passieve technieken worden ondersteund.

 

22 Mobiliteit (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat bij lichte acute enkelletsels mobilisatie van dorsale flexie zinvol kan zijn ter ondersteuning van snelle terugkeer van (maximale) sporters naar wedstrijdniveau.

 

23 Fysische therapie (niveau 1)
Er is geen effect aangetoond van ultrageluid, lasertherapie en elektrotherapie voor de behandeling van acuut enkelletsel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: A1 (Gezondheidsraad, 1999169; Van der Windt et al., 2001170).

 

24 Fysische therapie (niveau 2)
Het is aannemelijk dat het gebruik van kortegolftherapie (UKG) niet effectief is voor de behandeling van acuut enkelletsel.
Kwaliteit van de gevonden artikelen: B (Barker et al., 1985173); Micklovitz et al., 1988113; Pasila et al., 1987174; Pennington et al., 1993175 en Wilson, 1972176).

 

25 Fysische therapie (niveau 4)

De werkgroep is van mening dat het gebruik van fysische therapie bij de behandeling van functionele instabiliteit van de enkel over het algemeen geen meerwaarde heeft.

Preventie

 

26 Tape en brace (niveau 1)
Het is aangetoond dat het gebruik van tape of een brace de kans op enkelletsel bij hoge risicosporten verkleint. Bij personen met een enkelletsel in de ziektegeschiedenis verkleint het gebruik van tape of een brace de kans op recidiefletsel en de ernst van het letsel.
Kwaliteit gevonden artikelen: A1 (Handoll et al., 2001177; Stomp et al., 2005156; Verhagen et al., 200086).

 

27 Tape en brace (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat routinematig gebruik van tape of een brace tijdens sport of anderszins belastende werkzaamheden, op termijn, een negatieve invloed kan hebben op de functionele stabiliteit. De werkgroep is van mening dat het herwinnen van de functionele stabiliteit het einddoel vormt van de behandeling en adviseert te streven naar een afbouwend beleid ten aanzien van het gebruik van externe steunmiddelen.
Het routinematig gebruik van tape of brace moet naar de mening van de werkgroep zo veel mogelijk beperkt blijven tot wedstrijden bij maximale sporters.

 

28 Schoeisel (niveau 4)
De werkgroep is van mening dat het belangrijk is het schoeisel aan te passen aan de geldende omstandigheden zoals adl, werk, sportactiviteiten en type ondergrond. Tevens adviseert de werkgroep het schoeisel regelmatig te vernieuwen.