Andere artikelen

2. Etiologie van schrijven en schrijfproblemen (bij kinderen)

2.1 Wat is de relevantie van een adequaat handschrift?

2.2 De relatie tussen cognitieve en motorische processen

2.3 Schrijfonderwijs en de normale ontwikkeling van het schrijven

2.4 Het verschil tussen goede en slechte schrijvers

2.5 Een zwak of dysgrafisch schrift

2.6 De relatie tussen visuomotorische vaardigheden en schrijfproblemen

2.2 De relatie tussen cognitieve en motorische processen

De relatie tussen cognitieve en motorische processen betreft de relatie tussen het schrijven als taalkundige activiteit en het schrijven als motorische handeling. Het is van belang voor de kinderfysiotherapeut om inzicht te hebben in de relatie tussen taal en schrijven. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe schrijven en taal elkaar beïnvloeden. 

De literatuur is beschreven aan de hand van de volgende subvragen:

  • Welke evidentie is er voor de relatie tussen schrijven als taalkundige activiteit en schrijven als motorische handeling? (lees noot 3)
  • Is het zinvol om kinderen te leren schrijven of te leren typen? (lees noot 4)

Conclusies

Niveau 1. Het is aannemelijk dat de mate van automatisme waarmee letters en woorden worden geproduceerd, een matige tot sterke relatie vertoont met het spellen en stellen. (B Berninger & Colwell, 1985; Berninger & Rutberg, 1992b; Berninger et al., 1992c; Abbott & Berninger, 1993; Berninger et al., 1995; Graham et al., 1997; Jones & Christensen, 1999; Berninger 2006a)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het oefenen van letters schrijven in samenhang met het leren van de klank-tekenkoppeling effectief is voor zowel de vaardigheid schrijven als stellen bij kinderen uit groep 3 en 4. (B Jones & Christensen, 1999; Berninger et al., 2006b; Adi-Japha & Freeman, 2001)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat de uitvoering van het schrijven en de mate van automatisme van het schrijven samenhang vertonen met de uitvoering van de successieve vinger-duimoppositie taak. (B Berninger et al., 1992c, 2006a; Abbott & Berninger, 1993)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat kinderen aanvankelijk grafeem per grafeem schrijven en vervolgens klankgroep per klankgroep. Vanaf groep 5 schrijven kinderen een woord of in zijn geheel of met een orthografische verdeling bij het schrijven van een langer woord. (B Kandel et al., 2006a, 2009; Kandel & Valdois, 2006b)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat de vaardigheid van het snel en leesbaar schrijven van grafemen een aanzienlijke positieve invloed heeft op de snelheid en kwaliteit van het geschreven verhaal. Deze invloed is het grootst bij de aanvang van het schrijven. (B Berninger et al., 1992c; Graham et al., 1997; Jones & Christensen, 1999; Christensen 2004; Olive et al., 2009)

Niveau 3. Er zijn aanwijzingen dat de nauwkeurigheid van zowel geschreven als getypte tekst niet verschilt en voor beide op 90% ligt. (B Preminger et al., 2004)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat na training de typesnelheid niet hoger is dan de schrijfsnelheid bij kinderen in groep 4 t/m 8. Bij kinderen in groep 8 benadert na training de typesnelheid de schrijfsnelheid. (B Rogers & Case-Smith, 2002; Preminger et al., 2004; Crook & Bennett, 2007)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het schrijven van een tekst (zoals een opstel) met pen-en-papier sneller verloopt en leidt tot een betere kwaliteit van het verhaal dan het typen van een tekst. Pas na het volgen van een typecursus en het automatiseren van de vaardigheid worden de snelheid van typen, maar ook de inhoud van het getypte werk beter bij kinderen vanaf groep 8. (B Rogers & Case-Smith, 2002; Christensen, 2004; Freeman et al., 2005; Connelly et al., 2007; Read, 2007; Berninger et al, 2009)

Niveau 2. Het is aannemelijk dat het schrijven en typen verschillende vaardigheden zijn, die beide moeten worden aangeleerd en geautomatiseerd.
(B Rogers & Case-Smith, 2002; Preminger et al., 2004; Christensen, 2004; Berninger, 2006a; Connelly et al., 2007)

Op basis van de onderzoeksbevindingen formuleerde de projectgroep de volgende aanbevelingen: 

 

Relevantie van een adequaat handschrift en de relatie tussen een adequaat handschrift en cognitieve en motorische processen

  • Het is van belang om kinderen letters te leren schrijven en klank, teken- en schrijfspoor te koppelen (multimodale wijze van aanleren), zoals ook in het onderwijs gebeurt.
  • Het is van belang het leren lezen te ondersteunen met het leren schrijven van letters en andersom.
  • Men kan pas eisen stellen aan dubbeltaken, bijvoorbeeld een dictee, als het schrijven voldoende is geautomatiseerd. Dit betekent dat het goed leren schrijven helpt bij kinderen die gecombineerde lees- en schrijfproblemen hebben.
  • Omdat er een samenhang is tussen schrijven, lezen, spellen en stellen is het van belang inzicht te hebben in de onderwijsprestaties van een kind. Ook is het van belang samen te werken met het onderwijs, vooral in de fase van het leren schrijven.
  • Omdat schrijven aanvankelijk letter voor letter, daarna klankgroep voor klankgroep en vervolgens volgens een orthografische indeling wordt uitgevoerd, is het van belang bij schrijfproblemen te observeren of deze ontwikkeling ook leeftijdsadequaat plaatsvindt.
  • Bij het aanleren van het schrijven heeft het kunnen uitvoeren van geïsoleerde vingerbewegingen een positief effect op het aanleren van de vaardigheid. Deze invloed wordt minder bij oudere kinderen als de invloed van de taal groter wordt.
  • Aangeraden wordt het schrijven op school te blijven oefenen met een toename in complexiteit tot er een automatisme is ontstaan bij kinderen uit groep 5 en 6. Geconcludeerd kan worden dat het geen optie is het leren schrijven te vervangen door het leren typen.
  • Geconcludeerd kan worden dat typen eerst geleerd (vanaf groep 7 à 8) en als vaardigheid moet worden geautomatiseerd, voordat het adequaat kan worden ingezet voor het produceren van teksten. De projectgroep beveelt aan kinderen te laten schrijven zolang de schrijfsnelheid van een kind hoger is dan de typesnelheid.
  • Ook bij dysgrafische kinderen adviseert de projectgroep de aandacht van therapie te richten op het verbeteren van het schrijven. Pas wanneer de leesbaarheid van het schrift niet of onvoldoende beïnvloedbaar is, kan leren typen worden geadviseerd. Dit typen moet worden geautomatiseerd, alvorens het kind echt profijt heeft van het typen bij het produceren van leesbare teksten.
  • De projectgroep raadt aan in het diagnostisch onderzoek aandacht te besteden aan een mogelijk aanwezig gevoel van falen en demotivatie in relatie tot het schrijfprobleem en dit in de analyse mee te nemen.
Aantal keren bekeken: : 7561