Andere artikelen

A. Inleiding

A.1 Doelgroep

A.2 Afbakening van het gezondheidsprobleem

A.3 De aandoening heup- en/of knieartrose

A.3.1 Epidemiologische gegevens

A.3.2 De diagnose artrose

A.3.3 Algemeen klinisch beeld

A.3.4 Risicofactoren voor ontstaan en progressie

A.3.5 Beloop van de aandoening

A.3.6 Gezondheidsproblemen

A.4 De rol van de fysiotherapeut

A.5 Algemene behandeling

A. Inleiding

De herziening van KNGF-richtlijn Artrose Heup-Knie van het Koninklijk Nederlans Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) is een leidraad voor het fysiotherapeutisch handelen bij mensen met gezondheidsproblemen die samenhangen met artrose van de heup en/of knie. In de richtlijn worden het diagnostisch en therapeutisch proces beschreven conform het methodisch fysiotherapeutisch handelen.

Deze Praktijkrichtlijn is een samenvatting van de Verantwoording en toelichting, waarin de keuzes die zijn gemaakt bij de herziening van de eerste richtlijn uit 2001 zijn uiteengezet en toegelicht. Zoals te doen gebruikelijk bij de herziening van een richtlijn zijn alle ontwikkelingen met betrekking tot heup- en/of knieartrose verwerkt, die zich hebben voorgedaan na het verschijnen van de vorige versie, zowel ontwikkelingen op het gebied van de inhoudelijke zorg en de wetenschap, als die op het maatschappelijk vlak, na het verschijnen van de vorige versie. Een aantal veranderingen is doorgevoerd ten opzichte van de eerste versie van de richtlijn uit 2001.

  1. Ten eerste zijn de 3 patiëntenprofielen vervangen door de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) Core Sets for osteoarthritis’ van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De ICF loopt als een rode draad door de richtlijn. De classificatie beschrijft de fysieke, psychische en sociaalmaatschappelijke gezondheidstoestand c.q. -problemen van mensen met heup- en/of knieartrose, rekening houdend met externe en persoonlijke factoren die daarop van invloed zijn.
  2. Ten tweede is er uitgebreid systematisch literatuuronderzoek gedaan naar het effect van alle mogelijke fysiotherapeutische interventies bij heup- en/of knieartrose. Hierbij zijn ook inbegrepen de pre- en postoperatieve interventies.
  3. Ten derde is in de literatuur gezocht naar de meest relevante meetinstrumenten voor heup- en/of knieartrose, als hulpmiddel voor het in kaart brengen van de gezondheidsproblemen of de evaluatie van de behandeling. Deze meetinstrumenten zijn gekoppeld aan de verschillende gezondheidsdomeinen van de ICF en onderverdeeld in aanbevolen en optionele meetinstrumenten. De aanbevolen meetinstrumenten staan in de Praktijkrichtlijn, de optionele meetinstrumenten staan in de Verantwoording en toelichting.

Bij het herschrijven van de richtlijn is gebruik gemaakt van de CBO-Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van heup- en knieartrose uit 2007 (van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO), de NHG-Standaard Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen uit 2008 (van het Nederlands Huisartsen Genootschap), de twee nationale richtlijnen, en daarnaast van internationale richtlijnen en aanbevelingen.

Aantal keren bekeken: : 20069